‘De burgers kunnen natuurlijk altijd in bezwaar.’

Toen ik gevraagd werd een inleiding te houden over mijn onderzoek Effectieve rechtsbescherming bij geautomatiseerd beslissen door de overheid, was ik erg opgetogen. Als buiten-promovenda krijg ik niet vaak die kans. Iedere onderzoeker vertelt graag over zijn onderzoek. Hoewel het best lastig is om van de rust en kalmte in een diepe heldere zee weer terug te komen naar de oppervlakte om het geheel te overzien. Ik deed mijn best en nam dan ook goed voorbereid en blij plaats in de zaal.

Mijn opgetogen stemming verdween vrij snel. Ik werd helemaal niet uitgenodigd mijn inleiding te geven. Nog erger, aan het eind van de sessie keek de gespreksleider meewarig op z’n horloge en zei; ‘jammer voor je, maar we zijn dus niet toegekomen aan jouw verhaal. Maar je kunt ’t natuurlijk altijd nog bij het lopend buffet proberen’.

Wat nu? Er waren twee tactieken; beleefd knikken, de gespreksleider op de gang de oren wassen en daarna heel hard wegrennen. De andere: beleefd knikken, het woord nemen en alsnog mijn inleiding houden. Ik koos voor het laatste. Dat leek misschien stevig omdat ik door ging. Maar in werkelijkheid was ik hierdoor op zo’n grote achterstand gezet, dat het neerkwam op een mechanische uitwisseling in plaats van contact. Ik had het net zo goed kunnen laten.

Ik snapte het ook niet; er was immers wel een formele uitnodiging geweest een verhaal te houden. Maar de facto werd ik genegeerd waardoor ik voor mezelf moest opkomen. Maar ik wil helemaal niet in de positie geplaatst worden dat ik me moet verdedigen. Ik wil dat mensen het leuk vinden dat ik een inleiding geef. En dat als men het niet leuk vindt, het ook niet vraagt.

En dit doet me zo ontzettend denken aan de positie van burgers bij geautomatiseerd besluiten door de overheid. De overheid hanteert bij massale en geautomatiseerde besluiten nogal vaak de leus; maar de burgers kunnen natuurlijk altijd in bezwaar. En daar heeft men formeel gesproken ook wel gelijk in. Maar inmiddels is men deze zin ook gaan gebruiken bij de inzet van systemen waarvan op voorhand al bekend is dat zij systematisch fouten maken. De bezwaarprocedure is daarmee een excuus geworden voor het aanvaarden van foutmarges bij het nemen van primaire beslissingen. We horen het wel van de burger als het niet klopt.

De vraag die dan direct gesteld moet worden is of de bezwaarmaker ook feitelijk zo wordt behandeld? Wordt hij uitgenodigd zijn verhaal te doen om te ontdekken of hij mogelijk slachtoffer is geworden van de foutmarges? Of wordt hij in de verdedigende rol geplaatst door te bepalen dat het aan hem is om aan te tonen dat het besluit niet juist was? Het lustrumcongres http://www.prettigcontactmetdeoverheid.nl geeft goede hoop. Toch blijft ook dan de twijfel of op de werkvloer en onder druk van productienormen hetzelfde gedacht wordt over bezwaarschriften als de top van de overheid graag suggereert. Als u die twijfel niet heeft doet u er goed aan Michael Lipsky te lezen: Street-level bureaucracy: dilemmas of the individual in public services.

Ik heb het geluk dat ik kan besluiten om voortaan deze vreemde gespreksleider te mijden. Een ezel stoot zich etc. Voor een burger is dat minder makkelijk. Zeker als hij met z’n fietsenrekje achter de auto op de A2 wil rijden!

http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/falende-trajectcontrole&quot

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s