Burger centraal, dienende overheid, nieuwe zaaksbehandeling; waar blijft het bestuursrecht zelf?

Laat ik voorop zeggen dat ik geen mooier rechtsgebied ken dan het bestuursrecht. Ik ben fan sinds mijn eerste uur als rechtenstudent. Dat komt ook door de hilarische colleges van prof Hennekens. De eerste paar keer trillend in de bankjes van angst, maar al snel begrepen we dat dit voor ons eigen bestwil was. Dit was immers het mooiste vak dat je als jurist in een rechtsstaat kon volgen, hoe het bestuur zelf wordt beknopt om machtsmisbruik te voorkomen en om de burgers instrumenten in handen te geven de onevenwichtige verhouding meer in balans te brengen. Wakker blijven dus. En dat lukte. Ook toen ik afstudeerde in bestuursrecht bij Cees Goorden: klaarwakker!

Als uitvoeringsjurist lukt dat wakker blijven helaas steeds minder goed. De uitvoerige bestuursprocesrechtelijke regels zijn een crime. En het is niet dat ik dit gepuzzel niet leuk vind. Anders, zo zegt Nico Verheij terecht, moet ik een ander vakgebied kiezen. Maar het punt is dat dit bepaald niet meer laagdrempelig is te noemen. En wat is het recht om op te komen tegen een bestuursorgaan als je eerst een vergevorderde specialist moet zijn om te snappen hoe dit moet? Als je kijkt naar de dikte van de boeken die worden geschreven over het bestuursprocesrecht krijg je, voordat je in slaap valt, op zn minst de indruk dat het hier gaat om rocket science, of om het vinden van een medicijn tegen een levensbedreigende ziekte. Niets is minder waar. Het gaat om rechtszaken die zich afspelen alleen in Nederland en alleen voor sommige mensen die besluiten in bezwaar en beroep te gaan.

Als beginnend onderzoeksjurist lukt het wakker blijven ook maar matig. Aan de schrijfstijl ligt het niet. Maar de omvang van de teksten en het notenapparaat geven mij het gevoel te kijken naar een wedstrijd van een mij onbekende sport; hier wordt iemand anders bestreden of er wordt geïmponeerd maar ik weet niet goed waarom.

Wat mij echt teleurstelde, is dat er in de diverse handboeken verschillende lijstjes van algemene rechtsbeginselen worden gehanteerd. De rechtsbeginselen vormen het hart van het bestuursrecht. Als wij als bestuursrechtjuristen elkaar bevechten over de formulering en het belang daarvan, zijn we niet meer in staat echt recht te doen aan deze beginselen. We hollen dan de belangrijkste pijlers van het bestuursrecht uit, terwijl we ons dat eigenlijk niet kunnen veroorloven in deze tijden van indringende technologische ontwikkelingen, ‘daadkrachtige’ kabinetten en ingewikkelde overheidsstructuren.

Zouden we niet beter gemeenschappelijk kunnen aandringen op het belang van deze beginselen bij het openbaar bestuur, wetgever en rechter? We schrijven wel, maar wat is uiteindelijk het maatschappelijk belang? En wie kan het allemaal uberhaupt nog lezen qua omvang?

Tekenend is wat mij betreft deze tekst uit de samenvatting van het WODC-onderzoek over bestuursrechtelijke geldschulden: “Onduidelijkheden voor burgers over de geldende regels blijken vaak terug te voeren op de communicatie. Zij blijken beschikkingen over bestuursrechtelijke geldschulden vaak lastig te kunnen duiden en zijn niet thuis in de wereld van de getrapte besluitvorming en de leer van de formele rechtskracht van besluiten”. Hier desamenvatting WODC-onderzoek

Dit lijkt mij geen communicatieprobleem. Het ligt ook niet aan de burger. Het ligt aan het bestuursrecht. Dat zou dienend moeten zijn aan de complexe verhouding overheid en burger. Helderheid moeten bieden, een instrument beschikbaar moeten stellen en een normatief kader moeten geven. Maar het is geen doel op zich.

Mijn wens is dat bestuursrechtjuristen beter in staat gesteld worden bij hun (soms tegengestelde) werkzaamheden het belang van elementaire noties uit het bestuursrecht op een eenvoudige, eenduidige wijze kunnen benadrukken. Op een manier die iedereen begrijpt en waarbij mensen wakker blijven. Zodat we niet in een isolement aan het studeren zijn, terwijl een deur verder wezenlijke veranderingen bedacht worden door whizzkids. Of helemaal loskomen van iets wat we eigenlijk allemaal zelf ook zijn: de burger.

Mijn inspiratie heb ik van mijn favoriete schrijver Alain de Botton. (website van deze schrijver)En het lijkt op het geweldige initiatief van Alexander Klopping; universiteit van Nederland. En meer juridisch: de opmerkingen van Egbert Myjer over het belang van grondrechten en het gevaar van het te gemakkelijk inroepen daarvan (‘Straatsburg zit er niet voor zweetvoeten’).

Ik pleit voor een nieuw bewustzijn en nieuw elan voor het bestuursrecht. De overheid wil de burger centraal, Damen pleit voor een dienende overheid, bestuursrechters doen aan de nieuwe zaaksbehandeling, er is een informele aanpak bezwaar, nu het vak zelf nog! Als ik als tegenprestatie daarvoor met een elastiekje om een broekspijp moet rondlopen a la Hennekens, so be it.

20140418-132125.jpg

20140422-194208.jpg

Advertenties

3 gedachtes over “Burger centraal, dienende overheid, nieuwe zaaksbehandeling; waar blijft het bestuursrecht zelf?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s