Profielen en rechters

profielIn een wereld waar op het openbaar bestuur wordt bezuinigd en de taakstellingen toenemen, moeten harde keuzes gemaakt worden om efficiënt te blijven werken. Bij het controleren van naleving van wetgeving is dit niet anders. Er wordt dan ook gewerkt met profielen.

Een profiel

Een profiel is een set van kenmerken van een persoon of zijn gedrag die iemands contouren zichtbaar maken. We kennen profielen uit de kunstwereld. Het woord ‘profil’ werd in 1621 in Frankrijk gemunt. In 2008 zien we deze uitleg in een rapport opgesteld voor de Raad van Europa:

A profile is merely an image of a person based on different feautures. In the artist’s profile, features are sketched; in profiling, data are correlated. In neither case can the profile be equated with the person him or herself.

Met behulp van het profiel wordt een individu uit de massa gehaald en nader onderzocht. Nieuw is dit niet. Een agent maakt dagelijks dergelijke afwegingen. In de VS is profiling in combinatie met de politie haast altijd verbonden aan het maken van onderscheid op basis van uiterlijke kenmerken. https://www.aclu.org/issues/racial-justice/race-and-criminal-justice/racial-profiling

Recent hebben twee hoogste bestuursrechters een oordeel gevormd over de vraag of de toepassing van een bestuursorgaan van een profiel in strijd is met het verbod van discriminatie. We starten met het meest duidelijke voorbeeld van profiling; een toezichthouder die op een locatie onderzoek doet. Het onderzoek werd door de Inspectie SZW gedaan in het kader van naleving van de Wet arbeid vreemdelingen. Men wilde weten of op de bouwplaats mensen aan het werk waren zonder tewerkstellingsvergunning. Daarvoor vroeg men niet aan alle aanwezige mensen de identiteitspapieren maar alleen aan drie van hen. Op de zitting bij de rechtbank spreekt een inspecteur opvallend open over deze werkwijze:

Wij controleren in het kader van de Wav, omdat de betreffende vreemdelingen donker haar en een getinte huidskleur hadden hebben we hen om identificatie gevraagd, omdat daaruit het vermoeden voortvloeide dat zij vreemdelingen waren.

Naar aanleiding van de bevindingen werd een boete opgelegd van  €12.000.

De Afdeling bestuursrecht van de Raad van State oordeelt zonder veel omhaal van woorden dat hier een onderscheid is gemaakt op uiterlijke kenmerken, dat er geen rechtvaardiging voor bestaat en daarom ongeoorloofd is als bedoeld in artikel 1 van de Grondwet.

Ongebruikelijk in het bestuursrecht is het gevolg van deze constatering; deze schending wordt door de bestuursrechter zo ernstig geacht dat het bewijs dat op deze wijze verzameld is, niet gebruikt mag worden. De manier van verkrijgen staat haaks op wat mag worden verwacht van een behoorlijk handelende overheid.

De andere twee voorbeelden van het gebruiken van profielen komen van de CRvB en gaan over de controle van het recht op een bijstandsuitkering. In beide gevallen ging het om onderzoek naar eventueel vermogen (bankrekening of een woning) in het buitenland. In een zaak was er geen strijd, in de andere wel.

Rotterdam: geen gerechtvaardigd onderscheid

In de zaak over Rotterdam was het profiel als volgt;

– bijstandsgerechtigden die de dubbele nationaliteit Nederlands & Marokkaans, ouder zijn dan 40 jaar en afkomstig uit bepaalde streken van Marokko en welke in het verleden vakanties hebben doorgebracht in Marokko.

Volgens de CRvB mag bij het onderzoek naar eventueel vermogen in het buitenland wel een onderscheid gemaakt worden tussen groepen bijstandsgerechtigden (bijvoorbeeld het niet-Nederlander zijn in combinatie met de leeftijd en vakantiegedrag) maar in dit project was het risicoprofiel alleen gericht op enkele groepen bijstandsgerechtigden met een bepaalde dubbele nationaliteit.

Door te kiezen voor het onderzoek naar de dubbele nationaliteit Nederlands/Marokkaans, is dit een “verdacht”  onderscheid.  Rotterdam slaagde er niet in de rechtvaardiging hiervoor over te laten komen als zeer gewichtige redenen.

Vervolgens gaat de CRvB ook in op het gevolg van het risicoprofiel en de vraag of het middel in verhouding stond tot het doel. Rotterdam hanteerde een werkwijze die, zeker gezien de wijze van profilering, een schoolvoorbeeld is van discriminatie.

Mensen immers die voldeden aan het profiel, werden niet uitgenodigd schriftelijk vragen te beantwoorden of langs te komen voor een informatief gesprek met de klantmanager. Zij werden, los van elkaar, gehoord door de sociale recherche in het gebouw waar normaal verhoringen plaatsvinden voor fraude-onderzoeken.

De CRvB oordeelt dat Rotterdam hiermee een bepaalde, op nationaliteit gebaseerde groep heeft behandeld op een manier waarbij het gevoel of de schijn kon ontstaan, dat betrokkenen onjuist gebruik maakten van de bijstand, terwijl daarvoor geen vermoeden bestond.

Een goede beslissing want inherent aan profiling is immers dat een profiel vooral iets zegt over een persoon ten opzichte van een groep, maar op zichzelf beschouwd slechts een schets of indruk geeft over een persoon of zijn gedrag.

Schiedam: geen strijd met verbod van discriminatie

Even verderop, in Schiedam, pakt men dat heel wat professioneler aan. Maar ook het risicoprofiel was anders samengesteld. Het doel was gelijk; onderzoeken van eventueel vermogen in het buitenland. Het profiel bestond uit de volgende kenmerken:

-bijstandsgerechtigden ouder dan 50 jaar, die afkomstig zijn uit een ander land dan Nederland gecombineerd met vakantiemeldingen (lange vakantie van 30 dagen of meer).

Interessant is in deze kwestie dat de CRvB, vermoedelijk daarop gewezen door Schiedam, beschrijft dat bijstandsgerechtigden die in Nederland zijn geboren ook voortdurend onderworpen worden aan controles naar de aanwezigheid van vermogen. Betrokkenen merken daar alleen niets van. De gegevensuitwisselingen die dit mogelijk maken zijn niet voorhanden voor mensen die niet in Nederland zijn geboren. Omdat iemand in het land van herkomst vermogen kan hebben opgebouwd of geërfd, is het land van herkomst een gegeven dat van belang is voor de vraag of de controle op vermogen en inkomen van de betrokkene vooral op middelen binnen Nederland moet worden gericht of ook op middelen in het buitenland.

Maar dat is niet het enige waarom deze zaak anders is. In Schiedam kregen de mensen die voldeden aan het profiel een brief waarin het onderzoek werd aangekondigd. Zij kregen ook de gelegenheid om binnen twee weken zelf eventueel vermogen in het het buitenland te melden. Er zou dan geen boete worden opgelegd, maar het recht op bijstand zou wel worden onderzocht en mogelijk teruggevorderd. De rechtzoekenden hadden hier niet op gereageerd zodat hun vermogenspositie alsnog in het buitenland werd onderzocht. Hiervan vindt de CRvB van belang dat dit eigenlijk hetzelfde is als mensen die in Nederland geboren zijn: van hen wordt de vermogenspositie ook voortdurend maar ongemerkt onderzocht. Van verschillende behandeling is in zoverre maar in zeer beperkte mate sprake.

Dit laat zien dat bestuursrechters goed uit de voeten kunnen met risico-profielen. Dat is goed nieuws. We kunnen hieruit ook afleiden dat de uitvoering steeds met objectieve kenmerken moeten werken en deze moet verfijnen met andere objectieve kenmerken.

De moeilijkheid zit wat mij betreft steeds in de vraag wat te doen als een ‘verdacht’ kenmerk een statistisch relevant kenmerk blijkt. Bijvoorbeeld onderscheid naar leeftijd omdat uit onderzoek blijkt dat jongeren meer roekeloos rijden. Of onderscheid naar geslacht omdat uit de cijfers blijkt dat vrouwen zo enorm goed kunnen autorijden en minder schade veroorzaken. Daarover de volgende keer meer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s