Sterk spul hè, data.

Al jaren horen we privacyjuristen waarschuwen voor de risico’s van het koppelen van bestanden. Als we alle gegevens samenbrengen, ontstaat er een blauwdruk van je persoonlijkheid die je ontwikkeling in gevaar brengt. Bij persoonlijke ontwikkeling hoort immers het maken van fouten. Maar als deze fouten je de rest van je leven blijven achtervolgen, kun je je niet ontwikkelen. Het is onmiskenbaar waar. Maar de strategie van waarschuwen werkt niet (meer).

Hoe komt dit? Dit komt omdat data meer dan ooit gebruikt worden als analyse-methode voorafgaand aan een besluitvormingsproces. Er komen steeds meer data beschikbaar en de verwerkingscapaciteit neemt exponentieel toe.

Data zijn overal en mobieler dan de personen zelf. Bij Spotify weten ze welke muziek ik luister, Google weet wat mij zoal op een dag bezighoudt, de NS weet dat ik op het einde van de dag graag even naar een kruidenier op het station loop en mijn werkgever weet wanneer ik in- en uitlog op het netwerk.

Dit wordt de dataficatie genoemd. Wij, als mens, met een lichaam en gedragingen, worden gevat in enen en nullen. En die enen en nullen worden gebruikt om ons te waarderen; in-of uit te sluiten. Het leven wordt een als een rij bij de Efteling: hopen dat je inmiddels lang genoeg bent voor de achtbaan. Of een uitslag bij de arts; je bent weliswaar beroerd, maar je bloeduitslag is goed dus er is niets aan de hand. Het leven als CITO-toets.

Een jonge vader vertelde me dat de gynaecoloog hem voorafgaand aan de bevalling had opgedragen vooral op zijn partner te letten en niet te staren naar de weeën meter. De arts had al vaker meegemaakt dat de man met een blik op het meter, zijn vrouw blij vertelde dat de laatste wee niet heftig was. De vrouw kon daar wel eens anders over denken.

weeenmeter

Zelf worden we ook steeds beter in het presenteren en begrijpen van de resultaten van de data. Basisschoolleerlingen die anno 2015 een online type-cursus doen, zien hun eigen prestaties aan de hand van grafieken. Die zeggen dan iets over hun snelheid en netheid. Zelf kreeg ik pas grafieken te zien tijdens de aardrijkskundeles op de middelbare school. En die gingen niet over mijn eigen gedrag maar over regen of temperaturen in andere werelddelen.

We zouden dus kunnen redeneren dat data een mooi hulpmiddel zijn, we deze steeds beter leren begrijpen, maar dat zij ons eigen waarnemingsvermogen niet kunnen vervangen.

Dat blijkt niet het geval te zijn. Daarvoor is het geloof in data (of verlangen naar simplisme) te groot. Bestuurders zijn de grootste believers, afgaande op hun preken over big data, open data en –onvermijdelijk- ‘one version of the truth’.

Vandaar dat ik hier maar plompverloren herhaal welke misverstanden volgens Sanne Blauw, achter data schuilgaan. Misverstanden ook die direct of misschien wel versterkt van toepassing zijn op persoonsgegevens, personal data dus, en opgeschreven in De Correspondent :

Misverstand 1: alles is te tellen.

Misverstand 2: kwantificatie heeft geen invloed op het systeem dat je probeert te vatten.

Misverstand 3: cijfers zijn waardenvrij.

Misverstand 2 is misschien nog het meest onderbelicht. Terwijl wij dit allemaal kennen als de ‘perverse’ werking van een systeem. Het werkt als volgt. Stel dat een gemeente uit de schatkist betaald wordt aan de hand van het aantal inwoners dat in de Basisregistratie Personen (BRP) geregistreerd staat op een bepaalde peildatum (Gemeentefonds). Dan kan het dus zomaar gebeuren dat een bestuurder opdracht geeft om alle pas geboren baby’s wel in te schrijven, maar alle overlijdensgevallen nog even op te sparen. Op die manier immers, zal de bijdrage zo hoog mogelijk zijn.
Kwantificatie leidt tot calculerend gedrag. Zelfs de meest neutrale administratie zal door kwantificatie beïnvloed worden. Daarmee ontstaat de vervelende situatie dat als er al sprake was van een neutrale administratie, deze juist door het gebruik daarvan, zijn neutraliteit verliest. Terwijl we doen alsof we naar zwaartekracht aan het kijken zijn.
Dit calculeren leren we ook steeds vroeger; het kind van 10 met de typecursus heeft vrij snel door dat de grafiek over zijn prestaties verbetert, niet door beter te typen maar door de typesnelheid op een lager tempo te zetten.
Deze drie misverstanden gaan dus aanmerkelijk verder dan wat we zouden kunnen beschermen als we alleen kijken naar het grondrecht privacy. Zij zien op de wijze waarop wij als mensen naar onszelf en naar andere mensen willen kijken. Dat is het vraagstuk waar we de komende jaren voor staan.
Data zijn dus ‘here to stay’. Vanuit dit gegeven moeten we verder nadenken over dit vraagstuk dat niet alleen juridisch kanten maar ook ethische kanten heeft.

Daarom is het voorbeeld van de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming erg inspirerend. Hij gaat een denktank inrichten met allerei disciplines om te adviseren over Data, Dignity and Technology. Een schot in de roos, het multidisciplinaire karakter & de koppeling van data met ‘dignity’. Laten we hopen op een bruikbaar en concreet resultaat. Voor we allemaal struikelen over een CITO-score.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s