Je hebt wél iets te verbergen. Verslag van het Grote Privacy Experiment. Verschenen in Privacy & Informatie 2016/5

Op 15 september 2016 werd de verschijning van het boek ‘Je hebt wel iets te verbergen’ van onderzoeksjournalisten Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis gevierd met een uitverkocht zaal in de Utrechtse Schouwburg met de titel: Het Grote Privacy Experiment. Op dat moment waren er al 7000 exemplaren verkocht van het boek. Als een heuse verslaggever toog ik voor u naar Utrecht. Ook was ik van plan voor u een paar diepte-interviews te houden. Hier het resultaat.

Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis zijn de Frank Kuitenbrouwers van deze tijd; publicisten met kennis van zaken, scherpe blik en goede pen. Zij zijn als geen ander in staat de kloof te dichten tussen het abstracte en weinig toegankelijke privacyrecht, dito technologische vernieuwingen en het grote publiek; de mensen om wie het gaat. Zij schrijven voor De Correspondent. 

Nu ligt er, en ook dat doet aan Kuitenbrouwer denken, een boek. Nieuw is dat het boek samenging met een snel uitverkocht evenement in de Stadsschouwburg van Utrecht. Wie had dat kunnen denken?

Een avondvullend programma over privacy?

Een avondvullend programma over privacy? Mensen daarvoor een kaartje laten kopen? Dat was voor mij al de grootste verrassing. En als ik de leeftijd van de bezoekers inschat, kan ook die ándere mythe van tafel. De mythe dat jonge mensen niet om privacy geven.

Rob Wijnberg opende de avond en liet met schaamtevolle foto’s en filmpjes van hem en zijn collega’s zien dat mensen verschillende rollen aannemen en dat mensen door de jaren heen van zichzelf verschillen. Op je werk doe je anders dan thuis. Iemand van 35 jaar gedraagt zich anders dan iemand van 18. En de maatschappij verandert ook; een normaal gebruik in het ene tijdperk (met je kinderen zonder gordel, autozitje en airco in een Renault 4 naar Spanje rijden), lijkt anno nu pure kindermishandeling.

Vervolgens startte Het Experiment. Martijn en Tokmetzis klapten hun laptops open en bleken sommige bezoekers als proefkonijn te hebben gebruikt. U raadt het natuurlijk al, er waren mensen die zich met hun Facebook account hadden aangemeld. Zo konden hun gezinssamenstelling, beroep, hobbies en naam van geliefde gedeeld worden met de zaal. Dat is voor een privacyjurist dan weer minder verassend maar het maakt het concept ‘privacy’ wel voelbaar. En dat is waar we als privacyjuristen niet in zijn geslaagd; het belang van dit grondrecht te laten voelen. 

Tommy Wieringa

Gelukkig zijn andere mensen daar beter in. Zoals schrijvers. Stiekem hopen we natuurlijk allemaal op een nieuw ‘1984’. De domper was dan ook groot toen de kandidaat bij uitstek, Tommy Wieringa, achter het spreekgestoelte opbiechtte privacy een ‘rotonderwerp’ te vinden om over te schrijven. 

‘Die roman komt er niet.’

Want wat u misschien niet weet is dat de romanschrijver van Joe Speedboot en Cesarion zich ook heeft verdiept in het profilingsysteem SyRI, Suwinet en EPD. Over Suwinet en diens voorloper schreef ik zelf in dit tijdschrift. We mogen in Nederland in onze handen mogen knijpen met denkers en schrijvers die zich door ambtelijke en technocratisch beleidsstukken weten te worstelen om te wijzen op de gevolgen voor de samenleving. De conclusie van Wieringa was somber, de conditionering van de mens is een ongekend succes geworden, dat de mens een vrijheidslievend wezen is, is een vergissing. 

Maxim Februari

Het werd niet heel veel vrolijker toen Maxim Februari begon te spreken. Data, zo zei hij, zijn afgeleide fantomen, niet de mens zelf. Er bestaan geen waardevrije gegevenssets, geen waardevrije beslisregels. Bij rechtsregels kun je met elkaar in discussie gaan, maar de ruimte om het met elkaar oneens te zijn verdwijnt als deze deel gaan uitmaken van technologie. En dan ontstaat er absolute macht. De zaal was muisstil. Gaat dit nog goedkomen? Of zijn wij reddeloos verloren in de strijd om onze aandacht, data, afdwingen van gewenst gedrag? (Zie hier een Onovertroffen column)

Op zoek naar oplossingen

Die vraag zou beantwoord worden door een vergelijking te zoeken met het krachtenveld rond het klimaat; klimaatproblemen vertonen veel gelijkenis met privacyproblemen, zoals dat het langzaam erger wordt en ons allemaal aangaat. Het zal ú misschien wel plezieren, maar men verwachtte nogal veel van het recht; van de AVG, van rechtszaken en van de AP. Ik deel die verwachting niet. Bijvoorbeeld omdat het geen recht doet aan de mens achter de rechtszaak. Mensen die centraal staan in grensverleggende rechtszaken (en helaas is dat vaak toch nodig voor de ontvankelijkheid van het beroep) worden daar immers niet bepaald gelukkiger van; het is vervreemdend, kost energie en levert immens veel frustratie op. 

Ikzelf denk dat als mensen werk willen maken van het verbeteren van de privacy omstandigheden, zij zouden moeten investeren in een groter bewustzijn bij mensen zelf, het creëren van massa. Alleen massa kan leiden tot technologische alternatieven. 

Inkijkje in de aandachtspanne van bezoekers tijdens Het Grote Privacy Experiment

Dat bewustzijn van de mensen zelf, werd nog een niveautje hoger getild toen ethisch hacker Wouter Slotboom als DJ het podium op werd gereden. Er bleken 62 mensen ingelogd te hebben op zijn wifinetwerk. Dit wisten zij zelf niet. Maar wij wisten door de getoonde metadata waar deze mensen op de wereld zoal geweest waren. Gekker werd het toen hij liet zien wat deze mensen tijdens de bijeenkomst op internet hadden bekeken; nieuwe jurkjes, voetbaluitslagen, veel social media en filmpjes. Ik weet niet wat mij meer verbaasde, dat bezoekers dit tijdens een bijeenkomst doen, of dat dit allemaal zichtbaar werd. Ik was al niet optimistisch over de aandachtspanne van studenten in een collegezaal, nu zou ik willen pleiten voor netwerkvrije bunkers! 

Privacy als excuus iets niet te hoeven doen

Helaas ben ik volslagen ongeschikt gebleken als interviewer. We voerden mooie gesprekken maar ik kan deze niet accuraat genoeg weergeven. Praten, denken en herinneren is mij niet gegeven. Maar in gevallen van onmacht, onkunde of onwil, is daar altijd ‘privacy’ als excuus. Kortom: omwille van de privacy kan ik u niet vertellen wat Tommy Wieringa mij aanraadde of Maxim Februari mij bekende.

Hoe ik toch nog proefkonijn werd

De avond eindige met een ongevraagde alarmerende profilering door Wieringa op basis van onder meer mijn ambtenarenbestaan:

‘u klinkt mij als een nerd.’

Een nerd? Een nerd? Ai. Dat deed pijn. Ik voelde wat ‘privacy’ is. Ik deed zelfs nog een poging van dit label af te komen: ik bekende spontaan allerlei triviale persoonlijke zwakheden. Ik ervaarde daarmee de privacy paradox; om van het profiel af te komen, moet je nog meer over jezelf vertellen.

Maar misschien is dat voor privacyjuristen bij de overheid de oplossing; niet meer zoals eens werd beschreven ‘flikflakkend door de gangen om aandacht te vragen voor privacy’, maar voortaan collega’s en bestuurders ongevraagd voorzien van een ongemakkelijk label.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s