Categorie archief: Geautomatiseerde ketenbesluiten

Lezing voor de Dag van de FG: Denk bij het toepassen van de AVG aan de lotgevallen van Algemene wet bestuursrecht

Wat ongelooflijk fijn om hier op de eerste dag van de FG u allemaal toe te mogen spreken. Eervol ook! En fantastisch om te zien dat u met zovelen bent gekomen naar dit theater. Dank aan de organisatoren van de Ap voor dit initiatief en deze primeur.

Van binnen ben ik erg blij want vroeger wilde ik ‘Madonna’ worden. Dat is niet helemaal gelukt, dus moet ik het hebben van het praten over gegevensbescherming als second best. Second best, maar erg belangrijk en dat hoef ik hier niet te vertellen. En dat is ook wel eens relaxed. Meestal bevind ik me in gezelschappen waarin mensen denken; ‘oh, daar heb je haar weer….’ Privacy zou, dit is mij letterlijk gezegd, ‘oud’ denken zijn. ‘Mensen zetten toch zelf alles op Facebook?’

En meer super boeiende persoonlijke opvattingen passeren de revue. Dit geldt echt niet alleen voor de bescherming van persoonsgegevens. Het is een fenomeen van deze tijd dat juristen niet meer aan de knoppen zitten en dat het recht minder invloed heeft op de praktijk als vroeger.

Daar staat tegenover dat data en dataficering een steeds grotere invloed heeft. Er wordt minder gestuurd door het recht maar juist meer door data. Denk maar aan de regulering van het verkeer: we kennen de Wegenverkeerswet en de Algemene plaatselijke verordening als reguleringsinstrumenten. Maar een beetje stad werkt met ‘slimme stoplichten’ om het verkeer beter te laten doorstromen. Bij grote evenementen zitten bestuurders in een control room omgeven door schermen waarin zij live meekijken met de stromen bezoekers in de stad. Om zo te kunnen ingrijpen mocht het ergens misgaan.

Dit leidt tot de paradox dat juristen belangrijker zijn dan ooit. Als de leus is: ‘niet omdat het moet maar omdat het kan’ was dat voorheen nog niet zo’n probleem. Maar nu kán er veel meer. En dus moeten we hard rennen om erbij te blijven.

En toen kwam daar de AVG. Leuk! Voor iemand die als ik naar eigen zeggen ‘al 100 jaar in de bescherming van persoonsgegevens werkt’ was dat ‘natuurlijk’. Ik werkte in de vorige eeuw voor de voorouder van de huidige Ap; de Registratiekamer. Peter Hustinx was onze voorzitter. Wij hadden het over het Verdrag van Straatsburg (1981), de Edamse bijstandsmoeder (1987 (leuk uitlegfilmpje). We werkten met de Wet persoonsregistraties en daarna maakte ik de overgang mee naar de Wet bescherming persoonsgegevens.

Voor mij was de AVG een natuurlijke voortzetting van een bestaande praktijk; wat aanscherpingen hier en daar, codificatie van rechtspraak (Google/Spain) en zwaardere sancties. Een evolutie. Geen Revolutie. Maar ineens leek de AVG overal te zijn en de wereld te veranderen. Is dat zo?

De AVG is een wet die ons en andere mensen probeert te beschermen door onze persoonsgegevens te beschermen. Dat we er binnen de EU in geslaagd zijn overeenstemming te bereiken is een prestatie van formaat. De principes die nu de kern zijn van de AVG, komen voor een groot deel uit de traditie van de beginselen die Europa al veel langer kent maar vaak gebruikte voor de relatie overheid en burger. Het evenredigheidsbeginsel bijvoorbeeld (proportionaliteit), legaliteitsbeginsel (doelbinding) of fair play (fair). Een relatie die niet gelijkwaardig is vraagt om herstel van het evenwicht. Ontzettend goed nieuws dus: die AVG.

Tegelijkertijd baart de toepassing of interpretatie me grote zorgen: de AVG dreigt te verworden tot een bureaucratische papierwinkel en juist een belemmering te vormen voor mensen voor het leven van hun dagelijkse leven. Of zoals Van Zutphen onze Nationale ombudsman zegt: Van wie is die privacy eigenlijk?

En dit roept de parallel op met de Algemene wet bestuursrecht. Wat voor u de AVG is, is voor mij de Awb. Een wet (1994) die ook ook harmonisering als doel had. Een wet die uitspraken van rechters codificeerde. En dit allemaal om de positie van de burger te verbeteren omdat de relatie overheid en burger ongelijk is. Over de verplichte bezwaarfunctie zei minister Ien Dales destijds dat het essentieel is dat de overheid zijn fouten kan herstellen. Door dit via de interne bezwaarprocedure te doen zou men zich minder verdedigend opstellen. Externe instanties die meekijken leiden juist tot het dichtdoen van de luiken. En dat terwijl, zo zei zij, het een principieel recht is van elke volwassene om in eerste instantie in de gelegenheid te zijn, de eigen fouten te herstellen.

Maar toen prof. de Waard in 2011 de ervaringen van burgers, om wie het allemaal begonnen was, onderzocht, bleek dat er iets heel anders was gebeurd. Driekwart van de burgers die een bezwaarprocedure had doorlopen, had een (heel) negatief beeld. De oorzaken varieerden: het duurde te lang maar ook… bleek dat de bezwaarfunctie een soort rechtbankje spelen werd. De hoorzitting werd dan iets formeels bij een speciale commissie. En u raadt het al, ‘het beeld ontstond dat ambtenaren als terriërseen genomen besluit’ verdedigden.

In de jaren die daar opvolgden bleek vriend en vijand het eens over een ding; het was ietwat uit de hand gelopen in de toepassing van de Awb. Het werd een ‘ondergrens’. Een bepaling als: ‘dit moet je in ieder geval doen’ werd het maximaal haalbare: ‘het is dit en niet meer’. Bellen naar een burger? Maar dit staat toch niet in de Awb?

De godfather van de Awb prof. Scheltema kon dit alles slecht verdragen: het was ‘maar’ een wet, een systeem dat was bedacht. Door mensen. Geen systeem óm het systeem! Althans, zo herinner ik me dit van de viering van het 15-jarige bestaan van de Awb. Dat maakte diepe indruk op mij. Dat de schrijver van de wet dit zei. Waar was het ook allemaal ook weer om te doen geweest?

En wat zien we nu bij de AVG?

Scholen die een klassenfoto meegeven aan kinderen waarop alleen het gezicht is te zien van het kind. De rest van de kindjes hebben een zwartgemaakt gezicht.

Het hele doel van een klassenfoto is…het woord zegt het al: een foto van de klas! Klasgenootjes. Dat je over 10 jaar nog eens kunt kijken wie er bij je in de klas zat. En of die persoon veranderd is. Een dierbare herinnering misschien. Hopelijk nog veel later, een beeld van iemand die er niet meer is.

Ik las ook van een school die alleen nog foto’s maakt bij uitjes van de ruggen van kinderen. Of die de leerlingen vraagt de bowlingbal voor hun gezicht te houden bij foto’s van een bowlingwedstrijd.

Van geheel andere orde was mijn vakantie een paar weken geleden. Even geen AVG! Maar bij landing kreeg ik een brief van de reisorganisatie waar vet gedrukt stond dat ik geacht werd me op een bepaald tijdstip op een bepaalde dag te melden voor belangrijke informatie vanwege… veranderde privacywetgeving.

Wat? Was ik niet met vakantie? Vakantie betekent vrijheid! Vrijheid om mijn vakantie in te delen zoals ik het wil!

Nee hoor; keurig op de Hollandse etenstijd van 6 uur zat ik in een restaurant aan te horen hoe laat ik waar klaar moest staan voor de transfer. Omdat de reisleidster niet meer mocht weten welke klanten in welk hotel zaten moesten we elkaar mondeling spreken om informatie te krijgen.

Kortom. Mijn oproep aan u; leer van de tragiek van de Awb. Blijf bij de toepassing van de regels dicht bij de bedoeling daarvan. Het mooie van het recht is dat het dynamisch is. Rechtsontwikkeling stopt niet door publicatie van een wet. Sterker, dan begint het pas. En dat…is aan u!

 

 

Wetenschap voor iedereen

Wetenschap is voor iedereen! Daarom ben ik zo vereerd met de kans om mijn onderzoek te delen met een groot publiek: ik gaf college voor de Universiteit van Nederland met de titel ‘Waarom ben jij voor de overheid niets meer dan een nummertje?’ 

Ook de wetenschappelijke publicaties wil ik zoveel mogelijk publiek toegankelijk maken. Het is mij een groot plezier om samen te werken met Open Recht. Wetenschap zonder  betaalmuur en met actieve links in de voetnoten. Hier ziet u mijn publicaties. Veel plezier!

 

 

 

 

Aandacht voor rechtsbescherming bij geautomatiseerde ketenbesluiten

Toen ik jaren geleden begon met mijn onderzoek naar Geautomatiseerde ketenbesluiten en rechtsbescherming, vertelde ik andere mensen natuurlijk enthousiast over mijn onderwerp. Vaak kreeg ik dan wat glazige blikken, een schouderklopje en de geruststelling ‘die is voorlopig even van de straat’. Juristen begrepen er nog het minst van. Ik denk dat dat komt om 2 redenen.

Mijn onderzoek ging over besluiten van een computer, een fenomeen waar men liever niet aan denkt. Dat sommige juridische beslissingen al sinds de jaren ’70 door computers werden genomen en dat de overheid hierdoor compleet veranderd is, speelt nauwelijks een rol in de juridische beleving van de praktijk. Dit komt ook omdat juristen vaak alleen geconfronteerd worden met conflicten. Als een burger het niet eens is met een besluit gaat hij in bezwaar of dient hij een klacht in, en juist dan komt er weer een mens aan te pas. Daardoor blijft de start, het computerbesluit, vaak wat onzichtbaar.

Ten tweede gaat mijn onderzoek over besluiten die gaan over geld. Rechtsbescherming en geld ligt altijd wat gecompliceerd. Het omhakken van een verkeerde boom, onterecht een verblijfsvergunning weigeren zijn handelingen die onomkeerbaar zijn en die vervolgens ter genoegdoening in geld worden uitgedrukt. Daarvan weet iedereen dat het maar een ‘next best’ oplossing is. Beter was de fout niet gemaakt.

Maar geld is al geld, dus als er iets fout gaat, ach, dan verrekenen we het, en is alles weer goed. Inmiddels weten we dat dit anders ligt, ook voor conflicten tussen de overheid en de burger. De tv-serie Schuldig en het werk van Jesse Frederik maken dat we zicht hebben gekregen op de ontwrichtende werking van geld, of beter het ontbreken daarvan. Iemand die een tijd lang ten onrechte geen geld krijgt en na een half jaar weer wel, wordt vaak niet gecompenseerd voor alle neveneffecten die optreden. Het niet kunnen betalen van de huur, het oplopen van schulden en de extra incassokosten. Het idee dat geschillen over geld minder boeiend zijn, zien we ook terug in de Algemene wet bestuursrecht. Er gelden minder zware voorbereidingseisen voor de overheid bij besluiten over geld (artikel 4:12 Awb).

En toen: was het onderzoek af!

Het was dan ook een vreemde gewaarwording om na al die tijd van relatieve inhoudelijke eenzaamheid, te zien dat er aandacht kwam voor het onderzoek en voor de conclusies. Er werden zelfs kamervragen gesteld over mijn proefschrift en er kwamen Antwoorden !

Maatschappelijke aandacht voor de resultaten van je onderzoek is niet de reden waarom je een wetenschappelijk onderzoek verricht, maar het is wel mooie mazzel als het gebeurt. Hoe mooi zou het zijn als de rechtsbescherming ook nog daadwerkelijk verbetert!

Hier een overzicht van het onderzoek in de media:

agconnect

Katholiek Nieuwsblad 16 februari 2018 pagina 7

 

in iBestuur

Prof. Prins over mijn onderzoek in NJB Vooraf

SC: Document_uit_27547259-2

Op Univers.nl en een interview in iBestuur

In artikel van NRC 

en  Financieel dagblad 

Stellingen Marlies van Eck bij proefschrift

Stellingen behorend bij proefschrift Geautomatiseerde ketenbesluiten & rechtsbescherming, B.M.A. (Marlies) van Eck

  1. De juistheid van de gegevens die worden vastgelegd in basisregistraties zal eerder verminderen dan verbeteren op het moment dat de administratieve weergave van de feiten belangrijker wordt dan de feiten zelf.
  2. Het is een merkwaardige omissie in de Nederlandse geschiedenislessen dat de Franse revolutie wel wordt onderwezen, maar de exclusiviteit van de rechten en vrijheden voor mannen en de daartegen strijdende Olympe de Gouges volkomen worden genegeerd.bird-feather-2505307_1920
  3. Iedereen die denkt dat het systeem er is voor de mens, zou eens zes weken als patiënt in een ziekenhuis moeten doorbrengen.
  4. Een ketensamenwerking brengt de plicht met zich mee om ook samen te werken aan een oplossing voor burgers die last ondervinden van de samenwerking.
  5. Gelet op de moeite die Word heeft met plakken, voetnotennummering, verschillende werkomgevingen en versies, zijn geautomatiseerde ketenbesluiten een technologisch wonder.
  6. Het onthouden van pijnbestrijding aan barende vrouwen is een schending van de mensenrechten.
  7. Dat een computer geen onderscheid kan maken als dat niet is geïnstrueerd, is zijn grootste kwaliteit en tegelijk zijn grootste nadeel.
  8. De overheid die belastingwetgeving inzet om bepaald gedrag te stimuleren moet zich niet beklagen over calculerende burgers.
  9. Het alomvattende gebruik van informatietechnologie door de overheid en de daardoor veranderde machtsverhoudingen, lijkt anno 2018 nog altijd niet doorgedrongen tot de bestuursrechtwetenschap.
  10. Gezien het gezegde dat het betalen van belastingen een van de twee zekerheden is in een mensenleven, is het vreemd dat in het belastingrecht niet de rechtsbetrekking centraal staat.
  11. Om de rechtsbescherming voor burgers tegen geautomatiseerde ketenbesluiten te verbeteren is het nodig dat de instructies aan de computer, tegelijk met het besluit bekend worden gemaakt en toegankelijk zijn.
  12. Omdat niet kan worden overzien welke gevolgen het doorwerken van een geautomatiseerd ketenbesluit bij een ander bestuursorgaan heeft voor de individuele burger, zou er door alle betrokken bestuursorganen standaard een alternatief moeten worden geboden.

Geautomatiseerde ketenbesluiten & rechtsbescherming

Op 9 februari 2018 zal ik mijn proefschrift Geautomatiseerde ketenbesluiten & rechtsbescherming verdedigen. Dit proefschrift gaat over computerbesluiten die de overheid neemt en de vraag of de burger genoeg bescherming krijgt als hij het niet eens is met het besluit. Iedereen krijgt wel eens een computerbesluit; over kinderbijslag, AOW, toeslagen, inkomstenbelasting, WOZ en motorrijtuigenbelasting en natuurlijk de boetes voor te hard rijden. Deze besluiten gaan vaak over geld. Een ander belangrijk kenmerk van deze uitvoering is dat de overheidsinstanties gebruik maken van informatie van ándere overheidsorganisaties. Dat is handig, want dan heeft iedereen hetzelfde overzicht. Maar soms pakt dit heel nadelig uit voor de burger: bijvoorbeeld als een gegeven onjuist is geregistreerd.( afbeelding Jiska de Waard)

Ik heb eerst in kaart gebracht welke normen we zouden kunnen gebruiken om te bepalen of de burger genoeg rechtsbescherming heeft. Hiervoor gebruik in Nederlandse beginselen en Europese, zoals het recht op ‘good administration’. Daarna heb ik onderzocht wat we uit andere onderzoeken al weten over deze praktijk. Vervolgens heb ik empirisch onderzoek verricht naar de praktijk van de overheid. Daarbij kon ik reconstrueren hoe de overheid het proces heeft geregeld en hoe men omgaat met problemen of ‘bureaucratische kortsluitingen’.

Uiteindelijk kon ik de conclusie opmaken. Die verklap ik natuurlijk nog niet.