Tagarchief: ICT en juristen

ICT & overheid, zo kun je ook naar het essay van Bas Haring kijken

Bas Haring is een professor uit Leiden bekend om zijn vermogen moeilijke wetenschappelijke begrippen en theorieën in eenvoudige taal uit te leggen. Ik zag hem een aantal maal optreden; informeel gekleed, al pratend een horloge voor zich neerleggend en snel nippend aan een biertje. Het lijkt vanzelfsprekend. Zoals een ballerina bijna. Je krijgt niet te zien hoe moeilijk dit is, hoe pijnlijk de voeten zijn, op het toneel ziet alles er zeer natuurlijk uit en lijkt de pirouette geen moeite te kosten. Pas als je zelf je beblaarde tenen op elkaar klemt om de spitzen aan te doen, kun je erover meepraten. Moeilijke dingen makkelijk maken is nou eenmaal moeilijk maar ziet er juist makkelijk uit.

In een essay voor een klankbordgroep e-government schreef Bas Haring een ‘probeersel’ over ICT en overheid met de titel: Misschien kun je er ook zo naar kijken.

Het is een zeer helder en mooi verhaal zonder het gebruikelijke, Orwelliaans taalgebruik op dit gebied zoals; ‘de BV Nederland’, ‘robuust’, ‘efficiencyslag’, ‘klantcontact’, ‘ketenmanagement’ ‘doorpakken’ en verreweg de meest dubbelzinnige: ‘uitdaging’.

Het stuk lijkt op een achternamiddag aan een picknicktafel in een speeltuin opgetikt te zijn, het is losjes en aangenaam concreet. Het is een essay waarin steeds een conclusie of denkrichting wordt geformuleerd.

In deze bijdrage bespreek ik dit essay vanuit mijn onderzoek. Dit gaat over een onderdeel van ict en overheid, namelijk geautomatiseerde besluiten van de overheid die mede zijn gebaseerd op informatie van andere onderdelen van de overheid, en hoe effectief de rechtsbescherming daarbij is voor burgers.

Das Leben der Anderen en Michael Lipsky

Bas Haring begint het essay met een verwijzing naar de film Das Leben der anderen en de Stasi-medewerker die na verloop van tijd de van boven opgelegde regels niet meer uitvoert.
daslebenderanderen

Dit gaat natuurlijk over Lipsky. Lipsky toonde aan dat het beleid van de overheid niet gemaakt wordt door beleidsstukken of interne werkprocessen, maar door de ambtenaar die in rechtstreeks contact staat met de burger, de street-level bureaucrat.

Uiteindelijk is het aan hem of haar om een keus te maken; volg ik het systeem dat gemaakt is voor de standaard gevallen? Of wijk ik af omdat dit een uitzondering is waar het systeem duidelijk niet voor gemaakt is?

In het persbericht bij het jaarverslag van Arre Zuurmond als ombudsman Amsterdam stond te lezen dat het tijd was voor de emancipatie van de uitvoering. Dat de wijze van uitvoering ook juist het probleem kan zijn, weten we ook van het al best langlopende project ‘Prettig contact met de overheid’. Niet zozeer de Awb als wet bleek de veroorzaker van formalisering van het openbaar bestuur als wel de uitvoering door de overheid zelf en de interpretaties van de rechters.

Kortom, er mogen dan veel mensen zijn die professioneel beleidsmaker zijn, of dit feitelijk zo is is maar de vraag. En mensen die dat wel zijn, weten dat vaak zelf niet. Wat me erg aanspreekt is dat in het essay ‘abstract’ wordt gekoppeld aan ‘menselijkheid’.

De conclusie van Haring is verrassend:
Mensen die procedures uitvoeren moeten kunnen uitzoomen uit hun dagelijkse activiteiten en kunnen begrijpen waarom ze doen wat ze doen. Als het ene mens voor een ander mens. Maar de verregaande specialisering en abstrahering van werkzaamheden via ict maakt dit steeds lastiger.

ICT als automatische piloot dienstbaar aan de mens

Het tweede punt dat behandeld wordt, is het doel van ict als hulpmiddel van de mens bij het verrichten van complexe taken. Bas Haring gebruikt hiervoor als voorbeeld de taakverdeling tussen de automatische piloot en de ‘echte’ piloot. Of je het er nu mee eens bent of niet, een Boeing besturen zonder automatische piloot is niet meer mogelijk.

Dit is ook zo voor de huidige relatie overheid en burger of bedrijfsleven. Het verstrekken van uitkeringen op maandbasis vanuit de middelen die zijn verkregen uit belastingen kan simpelweg niet meer zonder ict:

141208_ketenninkaart09RGB-web

De rekencapaciteit, de snelheid van het verrichten van routineuze handelingen en de hoge verwachtingen van de verzorgingsstaat maken ict een fantastisch hulpmiddel. Maar het is ook een hulpmiddel dat beperkingen kent. En die beperkingen bestaan eruit dat het alleen dingen kan die voorgeprogrammeerd zijn, dat het zwart/wit uitkomsten wil en dat ict niets kan met natuurlijke taal, maar wel met enen en nullen.

Het is een soort sommencookiemonster; het wil altijd iets te rekenen hebben. Dat is uitstekend voor het gros van de besluiten die de overheid neemt. Maar uiteindelijk komt het erop aan wat de overheid doet als de computer het niet kan; gaat het dan simpelweg de computer napraten of gebruikt men juist hiervoor de menselijke intelligentie? Van ‘overheid’ gaat Bas Haring naar ‘routine & dienstbaarheid’.

(Misschien handig dat het OM dit stuk uit het essay nog doorneemt! http://www.nrc.nl/handelsblad/van/2014/oktober/25/boze-kantonrechters-en-beschamende-boetes-1431218)

Van routine & dienstbaarheid komt deze denkrichting:
ict dient de zaken te automatiseren die automatiseerbaar zijn. De standaardzaken. Juist om tijd en ruimte te hebben voor de niet-standaard zaken. Het gaat uiteindelijk om dienstbaarheid, en daartoe bestaan routines überhaupt.

Overheid tot burger —- ‘ik wil contact’

Bij het woord van overheid tot burger noemt Bas Haring ‘contact’. Ikzelf denk bij het woord contact direct aan Frank Boeijen: http://youtu.be/QWVg4z1ShP8. De hit ‘contact’ komt uit 1984. Ik ga hier mijn leeftijd niet met u delen maar dan heeft u enig idee. Want juist als het gaat om technologie is leeftijd een bepalende factor voor ons begrip hiervan.

Douglas Adams schreef in Salmon of doubt:
“I’ve come up with a set of rules that describe our reactions to technologies:
1. Anything that is in the world when you’re born is normal and ordinary and is just a natural part of the way the world works.
2. Anything that’s invented between when you’re fifteen and thirty-five is new and exciting and revolutionary and you can probably get a career in it.
3. Anything invented after you’re thirty-five is against the natural order of things.”

Dit betekent dat de wijze waarop ik naar technologie kijk, in wezen nog bepaald wordt door technologie uit het verleden: een mobiele telefoon, databases, gestructureerd berichtenverkeer, CD’s en skype. Over twintig jaar zal ik meewarig naar mijn boekencollectie kijken. En jongeren zullen meewarig naar mij kijken.

Uiteraard gaat dit ook op voor Bas Haring. Alleen hoorde ik hem vertellen dat het best handig is om je iPhone eens open te maken en proberen te begrijpen! Dit zie ik de rest van het ‘e-government-ambtenarenapparaat’ nog niet doen.

Iedereen die werkt op het gebied van ICT & overheid zou zich moeten realiseren hoe beperkt zijn beoordelingsvermogen wel eens zou kunnen zijn.

De denkrichting van Bas Haring:

De kwaliteit van contact wordt er niet minder op wordt dankzij ict, maar ons oordeel over de kwaliteit van contact wordt vertroebeld door het contact dat we al kennen.

Van burger naar overheid — watskeburt?

Vroeger kwam een burger naar een kantoor en deed daar zijn verhaal in de hoop op een gunstige beslissing door de ambtenaar. Deze beslissing werd door tal van factoren bepaald, niet alleen door officiële beslisbomen. Maar ook door functie-opvatting, tijdstip van de dag, er is geen wet zo dichtgetimmerd of een ambtenaar heeft altijd nog zijn beoordelingsvrijheid. Omdat het aantal wetten alleen maar is toegenomen zal zijn vrijheid eerder toenemen. Wetten en instructies vereisen vaak tegengesteld gedrag zodat je beslissing gerechtvaardigd kan worden.

Inmiddels weten we meer over onze sterke en zwakke punten als beslisser: zie bijvoorbeeld dit stuk over psychologie van oordeelsvorming door de rechter. http://digitalarchive.maastrichtuniversity.nl/fedora/get/guid:801370da-3043-4839-8625-666afd359c13/ASSET1

Het mooie van ict is dat deze niet discrimineert, geen last heeft van een ochtendhumeur en niet allergisch voor mannen-met-snorren-uitgezonderd-Tom-Selleck. images

De besluitvorming kan daarom zeer zuiver plaatsvinden. Wel wordt de ruimte die eerst bij de ambtenaar lag verschoven naar degene die het computerprogramma bouwt, de system-level bureaucrat van Bovens en Zouridis: http://www.uu.nl/faculty/leg/NL/organisatie/departementen/departementbestuursenorganisatiewetenschap/onderzoek/publicgovernance/Documents/Van%20street-level%20bureaucratie%20naar%20systeem-level%20bureaucratie_BovensNL.pdf

Als deze system-level-bureaucrats voortdurend bijhouden welke wettelijke bepaling zij op welke wijze programmeren, ontstaat een beter beeld over de uitvoering en de concrete besluitvorming, dan nu onze huidige beleidsregels aan zekerheid bieden. In 1993 schreef Franken al voor de VAR dat deze programmeerregels en openbaar zouden moeten worden. Marga Groothuis herhaalde dat in haar proefschrift in 2004 en vond ook dat ze begrijpelijk moesten zijn. Helaas is openbaarmaking van de beslisregels anno 2015 nog steeds niet gereagliseerd. Wel zijn er hoopvolle initiatieven: http://www.wendbarewetsuitvoering.nl/index.php/en/.

In het essay wordt de buitenkans van geautomatiseerde besluitvorming benadrukt:

ict kan weliswaar overkomen als een intransparante zwarte doos, als puntje bij paaltje komt maakt ict de wereld er juist transparanter op. Transparantie is bovendien niet iets dat je de hele tijd moet willen. Transparantie is als een verzekering die je achter de hand hebt in het geval van twijfel.

Dus?

‘Misschien kun je er ook zo naar kijken’ is een uitnodiging om anders te kijken naar ict en overheid. Het leuke van het essay is dat het, zoals ik heb geprobeerd te laten zien, heel wat meer is dan een probeersel.

Het enige dat ik miste is een gedachte aan de invloed van ict of technologie op ons zelf en ons gedrag. Op ons als mensen heeft het een mentale en fysieke invloed. We lijden steeds meer aan techno-en informatiestress. Ook fysieke invloeden zijn waar te nemen. Want zeg nou zelf, waren wij couchpotatoes geworden zonder dit apparaat?:
Eugene Polley

Elke toepassing van ict heeft bovendien binnen de overheid vrijwel direct een vervolg in zich. De aantrekkingskracht, belofte of het vooruitzicht is onbegrensd. Uiteindelijk wordt het hulpmiddel een absolute voorwaarde. Het vliegverkeer bijvoorbeeld is juist zo intensief doordat er veel gevlogen wordt met automatische piloten. De ene oplossing is nog niet bedacht of het zorgt al weer voor een nieuw probleem.

Ok dan, de moraal van het verhaal?

Als jurist ben ik geneigd te denken in regels en normen. Ik denk stiekem aan deze;
iedereen die werkt in ict en overheid (vooruit dan; ‘in e-government’) moet eerst hardop zijn leeftijd zeggen en dan dit essay gaan lezen.

Maar dan zou ik juist de aangename toon van het essay geweld aan doen. En iedereen maakt toch zijn eigen, al dan niet, intuïtieve besluiten dus dan is het het beste als u hier even uw eigen beslisregels voor maakt. Als kleine hint dan wel moraal van het verhaal, wil ik afsluiten met een van zes wetten van Kranzberg over technologie:

“Technology is neither good nor bad; nor is it neutral.”

Advertenties

Datamining in het bestuursrecht

U doet al jaren mee aan de loterij. Nog nooit won u meer dan de inleg. Juist daarom zegt u de loterij niet op want:

de kans is groot dat ik nu na zo lang mee te doen een groot bedrag ga winnen.’

Het zijn dit soort gedachten die maakten dat de huidige minister van BZK Ronald Plasterk zich eens liet ontvallen:

‘Alfa’s laten zich alles wijsmaken.’

Laat ik dit in verband brengen met een opmerking van dr. E. du Perron van de UvA (hoogleraar privaatrecht, bekend van zijn prachtcolleges op Universiteit van Nederland.nl) die ik me herinner als volgt;

‘voor mij geldt, net als voor alle andere juristen, dat als ik iets anders had gekund, ik dat wel was gaan doen’.

Ik zou dan met een soort logische redenering kunnen concluderen dat juristen, zijnde uberalfa’s, zich alles laten wijsmaken. Dit slaat natuurlijk nergens op. Of toch wel? Uit de rechtszaak Lucia de B. bleek dat het interpreteren en duiden van ‘statistische’ bewijsmiddelen geen sinecure is. Voor deskundigen. Laat staan voor de groep mensen waarvan kan worden aangenomen dat zij in hogere mate dan gebruikelijk aan een vorm van discalculu lijden. Iudex non calculat, toch?

Het verdelen van aandacht
Dit was jarenlang geen enkel probleem. Althans, voor juristen. Inmiddels is de wereld aan het veranderen. Cijfers en data spelen in de digitale wereld de hoofdrol. En zelfs in het bestuursrecht. Denk aan de verdeling van aandacht door het bestuursorgaan voor zijn belanghebbenden.

Wat bedoel ik hiermee? Van de overheid wordt verwacht dat aanvragen van burgers gecontroleerd worden voordat er een besluit wordt genomen. En dat overtredingen gehandhaafd worden. Tegelijkertijd zien we dat door de bezuinigingen en het onverminderd groot aantal taken, de mogelijkheid ontbreekt om elke aanvraag of elke overtreding door een ambtenaar te laten onderzoeken. Daarom zal een keuze gemaakt moeten worden; welke aanvragen, overtredingen, of zelfs welke belanghebbenden, krijgen net een beetje meer aandacht dan anderen?

Die prioritering gebeurt nu vaak op basis van ervaringsgegevens; er zijn dan profielen, al dan niet expliciet, die maken of u wel of niet wordt gecontroleerd. Dit is vaak erg duidelijk bij het bezoeken van een voetbalwedstrijd en de beslissing van de beveiliging wie wel en wie niet gefouilleerd wordt.

Profielen op basis van ervaring of thema
Ook in de digitale wereld worden dergelijke profielen gemaakt. Deze vormen dan de basis voor het bestuursorgaan om te gaan prioriteren. Het kan dan gaan om interne beleidsmatige aspecten; dit jaar willen we extra aandacht besteden aan mensen onder de 23 jaar die werkloos raken om de jeugdwerkloosheid terug te dringen (themagericht onderzoek)

Maar het kan ook gaan om aspecten die met menselijk gedrag te maken lijken te hebben; omdat we weten dat inwoners uit wijk X vaker frauderen, gaan we elke nieuwe aanvraag uit die wijk onderzoeken (onderzoek op basis van risico-profielen).

Is dit geen discriminatie? Dat ligt er aan. Zo vond rechtbank Haarlem het onrechtmatig dat een gemeente zich voor controle bijstandsuitkering richtte op mensen van Somalische achtergrond ook al had de staatssecretaris dit als themagericht onderzoek benoemd. Het onderzoek was in strijd met het verbod van discriminatie. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2007:BA5410

In een zaak van de gemeente Ede oordeelde de rechtbank anders. De Rb oordeelde hier dat het onderzoek op objectieve gronden berustte. Men had o.a. gekeken naar mensen die gedurende de bijstandsperiode wel eens een verblijfadres in het buitenland hadden opgegeven. En omdat er aantoonbaar was dat er ook onderzoek werd verricht buiten Turkije, bleek er daarmee niet van discriminatie. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:2704

Maar het kan geavanceerder: een selectie maken door middel van datamining.

Datamining
Datamining is, en ik citeer hier mijn oud-kamergenoot dr. Eric Schreuders, het zoeken naar kennis en verbanden in databases, ook wel het ‘schatgraven in databases’.
Je kunt het ook zien als het zoeken naar verborgen patronen. Zoals een data-scientist mij uitlegde; als je in een bos staat zie je alleen de bomen en een wandelpad en raak je misschien verdwaald maar als je er boven vliegt zie je de paden, het verloop en de uitweg.

Voor juristen is nodig te weten dat je twee zaken nodig hebt om te kunnen dataminen; een datawarehouse en een algoritme. Het datawarehouse moet gegevens van goede kwaliteit bevatten voordat het een goede grondstof is. Dit is heel secuur werk. Ook het algortime is heel belangrijk. Dit duidt namelijk op iets belangrijks: het gaat hierbij om het rekenen. De data moeten daarvoor omgezet worden in getallen. Datamining vergt dus een parametrisering.

Nadat de data geselecteerd zijn uit de databases worden hier algoritmes op afgevuurd. En dit is nou wat datamining volledig anders maakt dan voorgaande profielen en conventioneel onderzoek; er is geen hypothese. Het algoritme gaat zoeken naar statistische verbanden. En statistische verbanden zijn niet hetzelfde als causale verbanden! Er kan bijvoorbeeld uitkomen dat mensen met een rode jas en drie honden vaker dan de rest van de inwoners verzoeken om kwijtschelding doen terwijl ze daar geen recht op hebben. Dan is hier een correlatie maar geen causaal verband. Toeval bestaat! Zie voor het verschil deze geweldige website: http://www.tylervigen.com/

Het wordt juridisch gezien vervolgens interessant als het bestuursorgaan besluit te handelen op basis van deze informatie. Hier ken ik geen voorbeelden van maar ik houd mijn hart daarvoor wel vast juist vanwege de volstrekt andere wijze van denken door beta’s en alfa’s.

Het allerbelangrijkste voor juristen is om te beseffen dat wiskundig logische principes als voordeel hebben dat zij niet discrimineren en objectief tot stand komen. Het grote nadeel is dat er gedacht wordt; waar rook is, is vuur. Dit zou moeten worden vervangen tot; toeval bestaat!

De uitsmijter; artikel 42 Wbp
Een grote onbekende is artikel 42 Wbp. Hierin staat dat niemand kan worden onderworpen aan een besluit waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem in aanmerkelijke mate treft, indien dat besluit alleen wordt genomen op grond van een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens bestemd om een beeld te krijgen van bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid.

Hier zijn twee opmerkingen te maken:
-Stel dat er is geen sprake van een Awb besluit (dan valt het onder een besluit waaraan rechtsgevolgen zijn verbonden) maar het profiel leidt tot een andere voorbereidingshandeling door het bestuursorgaan. Wanneer raakt mij dat in aanmerkelijke mate? Ik stel me zo voor dat het dan aan de intensiteit van de controle ligt. Merk ik er niets van en is het een digitale check? Of moet ik op basis van een profiel een huisbezoek tolereren? Dat verschilt nogal in het in aanmerkelijke mate raken.
– Het verbod geldt niet als de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze te geven.

Dit recht op menselijke tussenkomst is dus erg belangrijk. In mijn ogen is het echter een zinloos verbod als de mens die hier de tussenkomst kan bieden iemand is die de dataminingstechnieken en de profieltechnieken niet begrijpt. Als datamining gebruikt wordt in de voorbereiding van besluiten die later beoordeeld worden door de bestuursrechter vind ik dat het zaak is dat vanaf het moment dat de belanghebbende aan de bel trekt, de beide disciplines samen optrekken om de juiste balans te bereiken en rechtsbescherming te kunnen bieden. In de bestuurlijke fase, maar ook in de rechterlijke fase.

Maar ja, wie ben ik? Op basis van het profiel van Plasterk: een Alfa die zich van alles laat wijsmaken.

Lees ook:
http://initiatief1overheid.nl/wp-content/uploads/2014/05/Lezing-Arre-Zuurmond1.pdf

Gebruikte bronnen:
• Rapport van de data protection officer van Ontario, Canada: Data mining: staking a claim on your privacy, Ann Cavoukian, 1998
• ‘Datamining, de toetsing van beslisregels & privacy’, E. Schreuders, Universiteit Tilburg 2001.
• ‘The Power of Knowledge, Ethical, Legal, and Technological Aspects of Data Mining and Group Profiling in Epidemiology’, B.H.M. Custers, Universiteit Tilburg, 2004

Let’s talk about juristen

as-togaJuristen. U kent ze wel. Ze gebruiken pen en papier om iets op te schrijven. Als enige beroepsgroep in Nederland hanteren ze nog een fax-apparaat om op het laatste moment een processtuk te verzenden naar de rechtbank. Als iets digitaal is printen ze het uit, want ze lezen nou eenmaal graag van papier. En ze zijn dol op woorden. Veel woorden. Woorden ook die met een bepaalde blik worden uitgesproken. De ‘politiek’ bijvoorbeeld is zo’n woord; u herkent deze blik aan een gelaatsuitdrukking waarbij de ogen omhoog gaan en lippen worden samengeperst; de laagdunkende blik. De woorden ‘beleidsmedewerker’ of ‘management’ gaan vaak samen met een blik die nog het meest in de buurt komt van pure wanhoop. Maar bij een woord als ‘wettelijk voorschrift’ of ‘de rechter’ zie je de op het eerste gezicht wat streng en formele jurist ontdooien. De jurist komt thuis! Hij ontspant, begrijpt de taal, weet wat van hem verwacht wordt en gaat aan het werk. Juristen zijn niet altijd populair. Er worden pogingen gedaan om het openbaar bestuur te dejuridiseren, het taalgebruik van juristen moet worden aangepast en hun invloed is behoorlijk afgenomen. Juristen werden door Zuurmond zelfs genoemd als faalfactor voor falende overheids- ICT-projecten. Maar ik, en in deze kwestie ben ik verre van neutraal te noemen, vind dit VOLKOMEN onterecht. Een jurist die werkt voor de overheid heeft net als elke andere ambtenaar het algemeen belang voor ogen dat hij wil dienen. En het is in het algemeen belang dat de overheid zich in de uitvoering houdt aan de regels. Net zoals het in het algemeen belang is dat de overheidstaken efficiënt en effectief worden uitgevoerd, zonder onderscheid te maken tussen burgers, en binnen de taakstellingen die het bestuur opgelegd heeft gekregen. Soms zijn al deze algemene belangen tegenstrijdig, dat is wat het werken voor de overheid juist zo boeiend maakt. Maar als u in uw ICT-project niet voor vervelende (en duur te repareren) verassingen wil komen te staan, is het de kunst samen te werken met juristen. U wilt een bijdrage leveren aan de uitvoering met een automatiseringsproject dus dan zal het resultaat daarvan stand moeten kunnen houden voor de rechter. Alleen een struisvogel wil niet weten of het systeem producten oplevert die wel door het management maar niet door de rechter geaccepteerd worden; de uitvoering is immers ook niet gediend met rechtszaken die verloren worden.

Hoe dan om te gaan met deze in uw ogen behoudende en ouderwetse collega zonder iPad? Simpel; wacht niet maar schakel hem direct in! NU! En niet als allerlaatste als u het rijtje COPAFIJTH gaat afvinken. Want ook juristen remmen niet graag af en racen liever met u mee vooruit. Het moment waarop de jurist betrokken wordt in het project, maakt het echter vaak onmogelijk om mee te rennen. Dan blijken er namelijk al diverse keuzes gemaakt te zijn die niet meer ongedaan kunnen worden. Daarom hier nog drie belangrijke tips als u de uitvoering van een taak (vaak een wet!) solide (‘robuust’) wilt automatiseren.

1) Zie de jurist als een van u. Hij praat misschien raar, maar u ook! U bent het ergens in de loop van uw leven normaal gaan vinden om het te hebben over inrichting terwijl u het dan niet heeft over het plaatsen van meubels in een ruimte. U praat zomaar over kanalen en denkt daarbij niet aan water of u heeft het over een box en dan bedoelt u niet het meubelstuk met spijlen waarin een baby geplaatst kan worden ter bescherming van de rust van zijn ouders. Net als u vertaalt de jurist uw plannen in regels en legt er een ander beeld op. U doet dat via redeneerregels en enen en nullen. Juist de systematische en haast wiskundige benadering van een probleem door zowel juristen als ICT-ers maakt een samenwerking uiterst succesvol. Beiden zijn gewend een redenering op te bouwen met een duidelijk begin en eind. Ik zelf vind het daarom altijd een verademing om met ICT-ers te werken.

2) Voor de hand liggend misschien, maar in de praktijk helaas volstrekt niet; laat het denken over de interpretatie van een wet die u aan het automatiseren bent aan de jurist over. Ieder zijn vak. De jurist gaat niet programmeren en de architect of ontwikkelaar zou niet moeten gaan interpreteren.

3) Mijn laatste advies aan u is er een die eigenlijk voor alle disciplines geldt die u betrekt in het project; laat u alleen adviseren door mensen die de uitvoering kennen. Dit geldt dus ook voor de jurist die u vraagt; neem geen genoegen met stafjurist, maar vraag naar degene die de rechtszaal kent, die weet wat er juridisch gezien van de uitvoering wordt verwacht en die weet hoe het primaire proces in elkaar zit. Alleen deze jurist namelijk weet dat de uitvoering doorgaans niet of nauwelijks bepaald wordt door het recht maar door capaciteit, technologische uitvoerbaarheid en politieke afwegingen. Op deze manier levert uw volgende automatiseringsproject vast en zeker een systeem op waarmee de uitvoering écht vooruit kan.