Tagarchief: ITlaw

Het recht en technologie; ballast of compas?

Bij de Beste Vriendenquiz krijgen hedendaagse tablet kids filmpjes te zien over waanzinnige records ‘uit de tijd van je ouders’. Met de kennis van nu (voor de liefhebber: ‘ex nunc bekeken’) is de uitvoering van het record minstens zo raar als het hele idee van het ‘record’. Stuntmannen die door brandend hooi rijden met een brommer. Mannen die geblinddoekt een vrachtwagen trekken en uiteraard achteruit rijden met een caravan op een race-circuit. Pas als je die filmpjes ziet voel je wat je eigenlijk al lang hoort te weten: tijden veranderen.

Een belangrijk verschil met deze jaren ’80 is de enorme invloed die technologie ons dagelijks leven heeft gekregen. Vooral de komst van informatietechnologie. Nauwelijks bij te benen voor early-adaptors dus, zo is de gedachte, al helemaal niet voor het recht. Na de vaststelling dat het niet meer van deze tijd is, wordt er doorgaans niet verder nagedacht. Alsof het om een rolletje kodakfilm gaat wordt dit weggegooid. ‘Het recht? dat is oud denken!’ krijg ik naar mijn hoofd als ik onder IT-ers over het recht begin.

Het recht is een combinatie van afspraken. Het probeert een verduidelijking aan te brengen in ingewikkelde maatschappelijke situaties. In zekere zin zijn juristen dan ook ramptoeristen. Gaat het mis dan komt de jurist aangesneld met zijn denkraam en past dat toe op de situatie met als doel: duidelijkheid. Wie mag het kastje van oma houden, wie krijgt er een schadevergoeding en wie moet accepteren dat er zoiets bestaat als domme pech? Of zoals Richard Susskind schrijft; juristen gaan beneden de klif klaarstaan met een ambulance, maar misschien zou het slachtoffer liever zien dat er een hek bovenaan de afgrond wordt geplaatst.

Zie hier het probleem in een maatschappij die meer dan ooit gedreven wordt door technologie. Technologie dendert voort en juristen rennen heen en weer voor het aanleggen van noodverbandjes. Mensen die zeggen dat deze manier van rechtstoepassing achterhaald is, hebben gelijk. Maar ik vind dat het probleem niet in het recht zit.

Wetgeving (en dat is dus maar een onderdeel van het recht) loopt per definitie achter technologie. Maar ook op de uitvoering van het openbaar bestuur. Niet zo verwonderlijk. Wetgeven is een lang en politiek proces bestaande uit compromissen.

De wetgeving op het gebied van gegevensbescherming bijvoorbeeld dateert uit 1994. Toen was er al jaren over onderhandeld in Brussel. En men dacht in die tijd vooral aan databases. Maar als we kijken naar de achterliggende rechtsbeginselen dan komen we tot opvallende ontdekkingen. Ten eerste zien we dat rond 1890 in VS het recht op privacy uitgevonden werd. De reden? Opkomst van technologie, namelijk het fototoestel.

In 1981 sloten leden van de Raad van Europa al een verdrag over bescherming van persoonsgegevens. Het mooie van dit document is dat het een beginselenkarakter heeft. Beginselen die nog steeds prima toepasbaar zijn ook al is het informatielandschap fundamenteel veranderd.

Zelf vind ik het beginsel van fair play een bloed mooi beginsel. Dit betekent dat de overheid bij handelen waar de burger door belast kan worden, open en eerlijk moet handelen. Juist ook in situaties waarin de wetgeving nog geen oplossing biedt of zoals in het Handboek van Damen staat een norm voor een overheid die ‘binnen de grenzen van de soms gebrekkige wetgeving en rechtspraak en van het algemeen belang van de gemeenschap die moet worden gediend- met een welwillende houding de burger aan zijn recht kan worden geholpen’.

Voor mijn proefschrift kijk ik naar fair play als onderdeel van het Europese recht op ‘good administration’, ook wel good governance genoemd. Dit lijkt hip. Schijn bedriegt:

‘The concept of governance is a very old one; it can be traced in the works of Aristotle, who referred to good governance to describe a state ruled by an ethical and just governor’.

Het recht is dus allesbehalve achterhaald. Het zou wel anders toegepast moeten worden. Bijvoorbeeld door rechtsbescherming in de technologie in te bouwen (rechtsbescherming-by-design) of door veel meer dan nu te investeren in het voorkomen van problemen dan het juridisch oplossen daarvan, bijvoorbeeld door legal-risk-management, crowdsuing en het recht veel toegankelijker maken voor andere disciplines.

Richard Susskind challenges Dutch lawyers

Why are lawyers so irrational in rejecting thechnology? Very good question asked by Susskind today in Rotterdam. Lawyers should understand their work is no longer needed if they don’t change the way they work. Concentrate for instance on risk-management in stead of trying to focus on disputes. I hear Jon Bing’s words in this speech and am very pleased by it. http://www.scandinavianlaw.se/pdf/49-20.pdf

It would be useful if Dutch lawmakers might try to understand the meaning of this. Espacially the part on law in case technical failures prevent people to send in their documents or opinions on time. We will have them. All of us. Why do you even want to know if the technical failure is to blame the person itself, the provider or the server of the courts? Why not try to prevent new disputes by building tolerance for technical failures in the law. Do you want justice for the legal merits of the case? Or do you want to invent new legal thresholds? And for what reason?

Very disrupting to see that the audience not knows what/who Watson is!! They probably think it is a about Sherlock Holmes! It makes me wonder: should we tell them that they can use a magnificent searching tool to find out what Watson is?

When the computer says No

Writing a thesis when there is WiFi, on numerous days this combination is counterproductive. But can I hold the WiFi accountable for that? Or would I had this problem aswell without it? On some days even doing the household seems more interesting then my thesis. This would probably be the same 20 years ago. Nevertheless we can assume that the introduction on PC, internet and smartphones have changed our way of life. To stay healthy, sane or productive,  we have to find new ways of self-discipline.

In a nutshell this is what my study is all about. The government in the Netherlands in both social security and tax depends heavily on ICT. This is the case in the back-offices where the administrations combine three things to make a decision for an individual: data the citizen provides, business rules and other data that are collected out of the databases of the ‘government’. Many different, sometimes decentralised administrations/governments form the more abstract ‘government’.

A citizen who gets unemployed for instance, has several administrations to communicate with. Each of them has its own powers, discretion and executes different laws. http://www.noraonline.nl/images/noraonline/6/6d/Ketenkaart_loonaangifteketen.png

These administrations not only work full-automated in the back-offices, they are interrelated with each other. This is called chain-computing. It constitutes the situation that one decision leads to another automated chaindescision. I am driven (at least most of the time) by the curiosity if the remedies we have in administrative law for individuals against decisions on tax or social security are still effective when they are the result of chaincomputing. In my research I want to use the studies in administrative science. They show for instance that the power to make decisions no longer belongs to street level bureacrats but to the system-level-bureaucrats, the people who build the business rules http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/12211).

I also want to use the knowledge we have on the difference between legal reasoning (with a big part for language and words) and the way the computer works (math! and algorithms).  And there are clues that once data are presented on computer screens it is very hard for a person to proof not only to the administration itself (I refer to the sad case of Dolmatov: http://www.government.nl/documents-and-publications/publications/2013/04/12/summary-conclusions-and-recommendations-in-english.html) but aswell to the judge that the computer is wrong. I want to combine these notions with the legal notions we have in European administrative law; principles as the principle of lawfulness and the principle of legal certainty. My inspiration is the recommendation of the committee of Ministers of member states Council of Europe on Good Administration (CM/Rec 2007/7): https://wcd.coe.int/ViewDoc.jsp?id=1155877 For me this makes so much sense since the dearly beloved people I think of writing this English post, are all people I met thanks to CoE.

On paper we have effective remedies and yes, you can bring your case against the government to an independent judge. My curiosity is laid in the question if those remedies are enough if the government is digital. Do we know the rules that the computer is working with? Can we foresee the full consequences of a decision if it is also used as part of another decision of another administration? Do we have the possibility to overrule the computer? Does a judge has all the necessary information? Can one discuss all the data that is used at once or are you confronted with governmental agencies that bounce your case around? I want to begin to answer those questions by doing some field case-studies.

One of the things that kept me going and ignoring the distractions WiFi can give, was the promising thought of visiting Jon Bing in Oslo to talk about this very interesting topic and it’s challanges for lawyers. Unfortunately he died last week. He was an icon in ITlaw http://en.wikipedia.org/wiki/Jon_Bing. He told me in Norway at university Oslo they have a course that combines administrative science on IT and administrative law on IT. I am sure not only the Netherlands and Norway have governments depending on automated chaincomputing decisions. Please contact me if you know something helpful for me.

http://youtu.be/0n_Ty_72Qds