Tagarchief: VAR-vereniging voor bestuursrecht

Ruzie aan de keukentafel? Nieuwe vormen van geschilbeslechting voor sociaal domein en wijzigingen in de Awb.

Volgens de reclamemakers van Ikea zijn keukentafels ‘hotspots’ in huis, zelfs wanneer er niet gegeten wordt. Nu was de keuken van zichzelf al enige tijd het centrale middelpunt van uw leven. Wist u dit niet?

Dan moet u Jacq. Veldman maar eens lezen. Haar analyse van de hedendaagse woonbladen: De keuken is niet langer de plek waar je zo’n beetje suf voor je uit staat te wokken. Het is een ‘totaalbeleving’ van ‘thuiskomen’, ‘rust’ , ‘de maaltijd delen’ en ‘een heleboel warmte’.

En nu staat er in die ‘totaalbeleving’ dus een ‘hotspot’: de Keukentafel.

Niets is te gek voor aan de Keukentafel. Volgens Edith Schippers kun je met elkaar je zorgkosten bespreken aan de keukentafel; ‘nee schat, vorige keer na het bungeejumpen heb je al 6 sessies bij de fysio gekregen, nu is het tijd voor mijn tennisarm’.

Of je leest er een goed boek en gaat daarna een goed gesprek voeren. ‘Filosoferen aan de keukentafel’ .

Van oudsher was de functie van de keukentafel een plek om aan te eten.

avondmaal

Het is duidelijk: de keukentafel is niet zomaar een tafel. Het is een symbool geworden, doorontwikkeld zo u wilt, of zelfs terecht gekomen in een function-creep.

In het sociaal domein is het de tafel waaraan de overheid met mensen gesprekken voert. De overheid komt naar u toe! Voor een ‘Keukentafelgesprek’. Een gesprek om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken voor het thuis kunnen wonen of mee kunnen doen in de samenleving.

Tijdens het keukentafelgesprek kijk je samen wat je persoonlijke situatie is, waar je ondersteuning bij nodig hebt, en wat oplossingen zouden kunnen zijn. Jij mag zeggen waar je behoefte aan hebt. Het is een gesprek van mens tot mens.’ (afkomstig van Huis voor de zorg)

Toegegeven, dit klinkt goed. Beter dan met veel pijn en moeite naar een loketje schuifelen met je rollator om daar een lijstje af te komen vinken. Om vervolgens weer naar een ander loket te worden gestuurd. Ik ken iemand die zich tijdelijk maar een paar meter met rollator kon verplaatsen en daarom een parkeervergunning wilde aanvragen. Die aanvraag mocht zij alleen in persoon indienen, door naar het gemeentehuis te komen. Maar dat kon zij nou net niet. Een gehandicaptenparkeerkaart kon zij ook niet aanvragen vanwege haar tijdelijke situatie. Iemand die dan bij jou thuis komt is echt een uitkomst.

Maar de keuken is ook een plek waar de emoties en de temperatuur erg hoog kunnen oplopen. En dat is niet alleen het geval als Gordon Ramsey binnen komt vallen.

Niet voor niets is het gezegde: If you can’t stand the heat, get out the kitchen.

Want wat nou als na het keukentafelgesprek blijkt dat de geboden hulp niet de oplossing is voor je problemen? Dan kan het zomaar zijn dat je vervolgens weer ouderwets van het ene loket naar het andere loket wordt gestuurd.

Op de boeiende VAR-vereniging voor bestuursrecht studiemiddag op 9 oktober jl., werd het voorbeeld genoemd van een mevrouw die een beschikking had gekregen waarop stond dat zij het arrangement kreeg ‘schoon huis’. Tijdens de eerste wekelijkse schoonmaak stopte de hulp na 22 minuten werken. Na een verbaasde vraag of het huis dan nu al schoon was, kwam de reactie dat de hulp per huishouden maximaal 22 minuten mag schoonmaken. Wat dan te doen? Klagen bij het schoonmaakbedrijf? Of bij de gemeente? Maar hoe? Een bezwaar indienen tegen de beschikking zal lastig zijn want is het arrangement ‘schoon huis’ altijd 22 minuten? En zou je eigenlijk ‘schoon huis plus’ nodig hebben? Bestaat dat eigenlijk? En bovenal; wat is eigenlijk ‘schoon’? foto.beslisboomschoonmaken

De juristen gingen helemaal los; is ramen lappen aan de buitenzijde luxe of noodzaak? En hoe vaak dan eigenlijk? En is een zandstorm dan misschien een afwijking waard? Kan een bestuursrechter (die zelf waarschijnlijk jaren prima functioneerde in een onfris studentenhuis) dat eigenlijk wel beoordelen of moeten we dan mensen hebben a la Rob Geus?

Het is duidelijk dat we in de Awb, met een hoofdrol voor een besluit, een afzonderlijke klacht-en bezwaarprocedure en formele rechtskracht, weinig instrumenten vinden om écht behulpzaam te zijn bij een geschil of verschil van inzicht tussen de burger en de gemeente (uitvoerder). En dat is toch wat het procesrecht als primaire taak zou moeten hebben. Sterker, als enige taak (#youhadonejob)!

Maar ook de praktijk is door de jaren heen een formalistische richting ingeslagen. Zoals Boudewijn de Waard in zijn afscheidsrede ‘Voortgaande heroverweging’ sprak: ‘Met procedurele regels zo zou moeten worden omgegaan, dat zij niet onnodig in de weg staan aan het realiseren van materieelrechtelijke aanspraken.’ Helaas, zo constateerde hij is dat niet het geval.

Voor het sociaal domein denkt men aan twee oplossingen. Voor insiders is het opvallend dat deze niet van de bedenkers van het sociaal domein komen, VWS en SZW maar van BZK en V&J.

Oplossingen die zoals nestor Michel Scheltema de VAR-leden voorhield, niet alle problemen zullen gaan oplossen. Maar, nietsdoen, zo waarschuwde hij, zal leiden tot marginalisering van het bestuursrecht. En als dat gebeurt is de rechtsbescherming voor de burger een bladzijde uit onze recente geschiedenis. Juist niets doen leidt tot een te grote afstand tussen de belevingswereld en de werkelijkheid van mensen en de systeemwerkelijkheid. De rechtsbescherming die dan overblijft is louter theoretisch.

De eerste oplossing is een oplossing voor de korte termijn; een Handleiding geschilbeslechting sociaal domein. Deze wordt geschreven in opdracht van BZK, (Prettig contact met de overheid) door onder andere Bert Marseille. Zoals hij zelf vertelde in een interview ‘De gemeente, de burger en de duivel’:

Verbazingwekkend genoeg zien we in de praktijk nogal eens dat gemeenten de rechtsbescherming van burgers ontoegankelijk maken. Ze schuiven het weg naar private uitvoerders’.

De tweede oplossing is een oplossing voor de langere termijn. Wijzigingen van de Awb, speciaal voor Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Daarbij denkt de ambtelijke werkgroep aan 3 voorstellen:

1.Het gehele geschil kan aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Nu is dat alleen per beschikking en is er een verschil tussen de bezwaarprocedure tegen beschikkingen, eventueel gevolgd door een procedure bij de bestuursrechter en de klachtenprocedure bij de (gemeentelijke)Ombudsman. Dit maakt dat de feitelijke uitvoering van een beschikking soms losgezongen is van de beoordeling door de rechter. Door dit te veranderen wil men zorgen voor een integrale behandeling van het geschil en het zoeken naar een integrale oplossing.

Men verwacht dat dit onder het huidige regime lastig te bereiken valt door de versnipperde besluiten en pragmatisme in de uitvoering. Door deze verandering kan het bestuursorgaan in ieder geval zijn verantwoordelijkheid niet afschuiven en kan het geheel, (integraliteit is juist de kernbedoeling in sociaal domein), door de rechter bekeken worden.

Dit houdt ook verband met de eisen die nu aan het beroepschrift gesteld worden. Hierdoor kan het voorkomen dat iemand net niet gelukkig genoeg was in het preciseren van zijn grieven. Als hij, eenmaal op zitting, iets verwoordt wat hem dwars zit maar niet in het beroepschrift stond, vinden sommige bestuursrechters dat een ‘gevalletje tardief’, je bent te laat. Volgens De Waard mag in het bestuursrecht wel meer gekeken worden naar het hockey, in het bijzonder de taakopvatting van de videoscheidsrechter. Als hockeyspeler kun je je beklagen over een beslissing van de scheidsrechter. Het is handig als je hierbij aangeeft wat er volgens jou niet goed is beoordeeld, maar de videoscheids is hier niet aan gebonden. Deze kan een klacht die op een bepaalde grond is ingediend, om een andere reden honoreren.

2.Verlengen van de bezwaartermijn; van zes weken naar zes maanden. Nu moet de burger binnen zes weken na ontvangst van de beschikking bezwaar maken. Het idee is om dit te verlengen met zes maanden. Hiermee hoopt men ervoor te zorgen dat je niet je rechten verliest als je eerst op een laagdrempelige manier je ongenoegen uit. Het direct instellen van bezwaar is nu vaak de enige manier, met als nadeel dat dit ook escalerend werkt en daarmee juist contra-productief is.

3. Andere beoordeling door de bestuursrechter. Ex nunc of ex tunc? Sudoku’s voor juristen, onbegrijpelijk voor gewone mensen. Het betekent dat als een geschil op tafel bij de bestuursrechter ligt, hij het besluit moet beoordelen naar de stand van het recht en de feiten zoals die op het moment van het besluit (op bezwaar) bekend waren. (Tenzij je trouwens tussendoor bent overleden. Dan verlies je procesbelang.)

Het houdt in dat in het sociaal domein de bestuursrechters, als het aan de werkgroep ligt, voortaan met de ‘kennis van nu’ aan geschilbeslechting mogen doen. Dat heeft als groot voordeel dat het geschil echt beëindigd kan worden omdat de veranderde omstandigheden meegenomen mogen worden. Mogelijk doelt men ook op de werkwijze van de videoscheidsrechter bij hockey. En het betekenen misschien ook dat voortaan uitspraken sneller uitgevoerd gaan worden. Zie daarvoor het onderzoek van Annika van der Veer (Slagvaardige geschilbeslechting in het bestuursrecht).

Er zal nog veel water door de Rijn stromen voor we deze voorstellen in het Staatsblad zullen zien. Maar de boodschap die hieruit spreekt is misschien nog wel veel belangrijker. Die zouden alle bestuursrechtjuristen zich mogen aantrekken. Want het is wel erg droevig gesteld met het bestuursrecht als de goede plannen van nu alleen afkomstig zijn van mannen die met pensioen zijn gegaan.

Of komt het omdat zij langer aan een keukentafel kunnen zitten nadenken?


Uitgebreidere informatie over de plannen staan hier.

Een blog van mezelf over meer bezieling in bestuursrecht.

Artikel over het geheimschrift in uitspraken van bestuursrechters.

Advertenties

Feest bij de VAR- vereniging bestuursrecht!

Een feest van iemand die 75 jaar is geworden. Dat is een feest met een grote diversiteit aan gasten en gevoelens. Meestal is het een feest waarop vooral dankbaarheid heerst. De persoon in kwestie heeft de leeftijd van 75 jaar toch maar mooi behaald. De kleinkinderen vinden oma of opa stokoud, de kinderen vragen zich af hoe lang het duurt voordat de ouder aftakelt.

Leeftijdsgenoten vinden zichzelf nog jong maar zeggen bij beelden van de opmerkelijke fitte 72-jarige sir Mick Jagger dingen als “nee, die tijd heb ik gehad”. Waarbij je de rest ziet kijken met een blik “jij hebt die tijd he-le-maal nooit gehad, gek”. Wijsheid (of vermoeidheid?) komt met de jaren dus uitgesproken wordt het niet, men nipt nog maar eens aan de rode wijn en lacht vriendelijk.

Volgens hoogleraar geneeskunde Ezekiel is 75 jaar een prima leeftijd om te stoppen met behandelingen die het leven verlengen. http://www.vn.nl/Archief/Samenleving/Artikel-Samenleving/Ik-wil-vanaf-mijn-75ste-niet-meer-genezen-worden.html

Dan de VAR (voorheen vereniging administratief recht, nu VAR vereniging bestuursrecht). Die werd dit jaar 75 jaar. Leek ook al vastbesloten te stoppen met levensverlengende acties. Ik zag de advocaatjes met slagroom al voor me. Een dikke feestbundel met doorwrochte stukken die niemand voor z’n eigen 75ste levensjaar zou kunnen lezen wegens tijdgebrek. Een lange tafel met grotendeels mannen zou ons, de gewone leden, toespreken. Er zouden eindeloze monologen komen van prominente leden die zeggen een vraag te gaan stellen, maar in feite een expose willen geven van hun kennis en opvatting. Onder het mom van wetenschappelijke kritiek zouden collega juristen een uitbrander krijgen. Niet gericht op samenhang of harmonie, maar op strijd.

Ik zat bij VAR-jaarvergaderingen zoals mensen ook wel in kerk kunnen zitten. Eentje van het strenge soort zonder afleiding wel te verstaan. Ik weet me natuurlijk wel te gedragen, sta op wanneer dat moet, playback de liederen mee, maar de verveling is killing. Ik had me wel eens beklaagd maar te horen gekregen ‘ zo doen we het al jaren’. Ook wetenschappelijk onderzoek uit andere disciplines die erop wijzen dat het menselijk brein simpelweg niet in staat is om een gehele VAR-vergadering inhoudelijk te volgen, werd in de wind geslagen.

Maar 75 jaar worden, dat was natuurlijk niet iets wat de VAR al jaren doet! Bevrijd van de knellende tradities ging op het feest van de VAR dit keer het dak eraf.

Technologische hoogstandjes werden niet geschuwd. Er werd ons alvast een virtuele afbeelding van het boek getoond. Een dag later zou het in de brievenbus vallen. Het leek wel Hogeschool marketing zoals we werden verleid de volgende ochtend in opperste spanning naar de voordeur te sluipen!

Het programma was ook verrassend afwisselend. Al had iemand anders het als ‘rommelig’ geduid. De voorzitter Ben Schueler bood het boek aan aan de eveneens 75-jarige Michiel Scheltema. Ik weet niet of het zijn persoonlijkheid is of ingegeven door leeftijd maar zijn leningheid in denken over de Awb is die van een jonge stagiaire die vragen stelt als ‘maar waarom is dit dan zo? En als dit het doel was en we hebben het niet bereikt, waarom doen we het dan niet anders?’

Rob Widdershoven verbaasde vriend en vijand door zijn verhaal over de Europese invloed op het bestuursrecht te ondersteunen met Powerpoint. Dit moment zal zeker de geschiedenis ingaan als mijlpaal (laten we het voor onszelf houden dat het maken van achtergronden, gebruik van lettertypes en afbeeldingen ook tot de mogelijkheden van powerpoint behoren, ik help graag!). Kars de Graaf hield een ‘pitch’ over een stuk in het boek. Van 5 minuten! Applaus. Dat is normaal gesproken de lengte van de aankondiging dat we gaan lunchen en hoe de betaling daarvan ook al weer is geregeld.

Dan Anne Meuwese, ik steek mijn bewondering niet onder stoelen of banken voor een spreker bij de VAR die haar eigen stijl volgt en daarmee een verhaal brengt waar je aandacht bij wordt vastgehouden. En ondertussen ook breekt met een gebruik. Elaine Mak was niet eens lid van de VAR en kreeg toch een podium. Is dit een voorzichtige stap naar iets van een toenadering naar een andere discipline dan alleen het bestuursrecht?

Jacobine van den Brink en co maakte een knappe eindspurt en hield de aandacht van de dorstige leden goed vast. Zij zou door de politieke verslaggevers van nu zeker aangeduid worden als ‘dissident’ want zij sprak uit dat tradities best veranderd kunnen worden, waaronder die van de VAR-jaarvergaderingen.

Ook het boek vind ik een aanwinst. Niet alleen voor de boekenkast(!), maar voor de kennis die het lezen daarvan oplevert. Het is divers, mooi gebalanceerd en de stukken hebben een duidelijke lijn en zijn to the point.

Rest mij dan ook niets dan complimenten voor het bestuur van de VAR. Zij hebben door deze viering de VAR meer een vereniging gemaakt. Een vereniging van mensen die van hetzelfde vak houden en ondanks hun verschillende posities en status veel gemeen hebben. Waarbinnen wetenschap en praktijk én de verschillende generaties samen komen.

De blik naar Europa is symbolisch voor de wijze waarop de VAR vorm gaf aan het feest, nieuwsgierigheid naar iets anders, een blik gericht naar buiten en het gezamenlijk bouwen aan goed bestuur. image
(Dit schilderij uit de Rijksstudio verbeeldt wat mij betreft Goed Bestuur)

Bij een verjaardag van een 75 jarige is het niet gepast om te zeggen; “op naar de volgende 75!” Maar misschien, en het moge duidelijk zijn dat ik dit hoop, waren we hier getuige van een reanimatie van de VAR en is het einde van de VAR nog very far.

Nog geen lid? Aanmelden kan via http://www.verenigingbestuursrecht.nl